zondag 17 november 2013

Orde in de klas

Inleiding

In mijn rol als coach van docenten, blijkt één probleem met kop en schouders boven alle problemen uit te steken: onrust in de klas. Orde houden is moeilijk. Klassen zijn groot, leerlingen divers, mondig en misschien wel veeleisend. Bovendien heb je in bijna elke klas wel een of twee multiproblems kinderen. Dat betekent dat je als docent een aantal zaken op orde moet hebben. Kort gezegd: structuur bieden, veilige grenzen aangeven en daarin consequent zijn. Praktisch betekent dat dat je je onderwijs, je kennis, je lessenstructuur op orde moet hebben, maar ook adequaat op de duizend en één dingen die tijdens een les gebeuren moet reageren. Een vermoeiende bezigheid.

Mijn probleem, jouw probleem

Peter Teitler laat in zijn boek lessen in orde zien dat de orde in de klas niet alleen de verantwoordelijkheid is van de docent die voor de klas staat. De orde binnen de klas is afhankelijk van de eenheid die er is binnen het team en, breder, binnen de hele school.

'Wanneer een team samenwerkt bij het opstellen van regels, leidt dat zowel voor leerlingen als docenten tot een duidelijke, voorspelbare leer- en leefomgeving: je weet waar je aan toe bent. Als de ene docent de regel wel handhaaft (bij mij mag je eten en drinken in de les) en de ander niet (als ik je betrap op eten of drinken krijg je straf), dan creëert dat voor leerlingen een verwarrende situatie.' Teitler betoogt verder dat deze ongelijkheid ook een politieke inzet kan hebben binnen het docententeam. Verkregen privileges en de status bij de leerlingen worden niet graag opgegeven. Vergeten wordt dat onderwijs teamwork is. Samen stoom je leerlingen klaar voor het examen in alle vakken. Wat te denken van een meer ervaren docent die tegen de jonge leerkracht zegt, die wel ordeverstoringen in de les kent: 'nou ja, bij mij mogen ze gewoon eten en drinken hoor, ik heb nergens last van, als ze maar aan het werk zijn en dat zijn ze...bij mij.' Dat zal niet prettig voelen voor de jonge leerkracht. Waar kan de docent met ordeverstoringen op terugvallen bij het handhaven van de regels? Hij heeft namelijk wel dergelijke regels nodig om een goed werkklimaat in de klas te houden. Er ontstaat een situatie waarin de docent uitgespeeld wordt: 'van meneer De Vries mag het ook.' De docent wil orde handhaven en voor hij er erg in heeft, moet hij verantwoording afleggen.

Perverse Triade

Teitler haalt in bovenstaand verband de door Jay Haley beschreven perverse triade aan. In deze perverse triade is er minstens sprake van drie personen waarbij één van hen op een lagere 'generatie' staat. Dat wil concreet zeggen: twee opvoeders en een leerling of kind. Op het moment dat één van de opvoeders een coalitie aangaat met degene die opgevoed moet worden heeft dat tot gevolg dat de andere opvoeder in zijn opvoedkundige rol (deels) buitenspel wordt gezet. Op deze wijze ontstaat de perverse triade. Teitler noemt dit een ziekmakende situatie. Het is duidelijk dat er voor de leerling een onduidelijke situatie ontstaat en dat de leerling uiteindelijk de dupe is want onduidelijkheid is onveiligheid. Maar ook de beide opvoeders komen in een lastige positie van afhankelijkheid te verkeren. Voor beide opvoeders is het geen gezonde situatie.

Helaas is de beschreven situatie meer regel dan uitzondering in het onderwijs. Ik ben van mening dat elke school, die serieus aandacht aan dit probleem besteedt en uiteindelijk weet uit te bannen, een gezondere school is waarin de pedagogische broodnodige veiligheid meer gewaarborgd is. Niet alleen de leerling vaart hier beter bij. Iedereen op de school heeft hier baat bij.

Meer weten? Neem contact met mij op: info@dps-communicatie.nl of 06 267 265 29.

Vriendelijke groeten,

Martin Bouwman